Home NYC site - Brandweersite---------------- click for English intro page

De geschiedenis van Renault Frankrijk 1898 tot heden

 

Louis Renault werd in 1877 in Parijs geboren en leek zijn vader als fabrikant van knopen te zullen opvolgen. Maar in plaats daarvan bouwde hij een auto met eencilinder. De Dion-motor en heel modern, cadanaandrijving in plaats van de op dat moment gebruikelijker kettingaandrijving. De auto was bedoeld voor eigen gebruik maar de interesse van enkele van zijn vrienden was dermate groot dat hij in maart 1899 met een kapitaal van FF 40.000 zijn eigen firma, Renault Fréres, opzette. Hij kreeg 60 orders nadat hij de auto in juni op de Parijse Autosalon toonde. Renault zette de produktie ervan op en in 1900, het eerste volledige produktiejaar, bouwde hij 179 auto's. De kleine De Dion-motor werd later vervangen door een 450 cc-exemplaar en de auto werd voorzien van een gesloten coupé-opbouw. In 1902 begon Renault met de bouw van eigen viercilinders, gevolgd door een- en tweecilinders hoewel tot 1903 ook nog motors van De Dion werden toegepast. De produktie-omvang groeide gestaag en in 1905 werden meer dan 2.000 auto's gebouwd. Een jaar later voerde Renault een achter de motor geplaatste radiateur in het geen een geleidelijk oplopende motorkaplijn mogelijk maakte; een voorbeeld dat door diverse andere fabrikanten gevolgd werd. De 1600 cc tweecilinder AG- en AX-typen verschenen in 1905 en waren bijzonder geliefd bij taxi- en bestelauto-bestuurders. Tot 1914 waren het de best verkopende Renault-typen. Ook buiten Frankrijk hadden ze succes; zo bestelde de gemeente Londen in 1907 1100 taxi's van dit type. Ook bouwde Renault inmiddels aanzienlijke aantallen drie- en vijftons trucks en vanaf 1909 een Parijse bus met 21 zitplaatsen. In 1907 bestond het modelprogramma uit zeven typen, van de 1060 cc AG tot de 1729 cc viercilinder A1-C. Renault's fascinatie voor techniek was aanleiding voor de bouw van vliegtuigmotoren zoals een 60 pk luchtgekoelde V8 in 1907 die in 1911, ingebouwd in een Farman-vliegtuig, de Coup Michelin won voor een non-stop vlucht van Parijs naar Clermont Ferrand. In 1913 was Renault opgeklommen tot Frankrijks grote autoproducent. Met 4.000 man personeel bouwde de firma per jaar 10.000 auto's. Datzelfde jaar werd de firma door een staking getroffen naar aanleiding van het inhouden van loon voor slecht uitgevoerde werkzaamheden. Louis Renault won dit gevecht met zijn werknemers meer raakte steeds verder van hen verwijderd.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd het bedrijf aanzienlijk uitgebreid en werden voornamelijk militaire voertuigen en vliegtuigmotoren gebouwd. 600 van zijn taxi's werden gevorderd om manschappen naar het front te vervoeren naar wat zou uitlopen op de Slag aan de Marne. In 1918 telde het bedrijf 22.500 medewerkers. Vanwege een verwachte invasie was een deel van de produktie naar Lyon verplaatst maar de fabriek in Renault's woonplaats Billancourt werd gehandhaafd en beschikte nu over een eigen ijzer-, koper- en aluminiumgieterijen, assemblagewerkplaatsen en faciliteiten voor het zelf maken van gereedschappen. De Naoorlogse modelreeks omvatte drie viercilinder-motoren en één zescilinder die ook in de befaamde 40 CV van 1921 werd gebruikt. Met zijn motorinhoud van 9,1 liter en grote houten wielen was het een imposante auto en zelfs met de vanaf 1922 leverbare vierwielremmen was het remvermogen marginaal. Met de KJ (later onder de aanduiding NN bekend) die tussen 1922 en 1929 werd verbouwd nam Renault de uitdaging van Citroén met zijn 5CV aan. De produktie bedroeg in 1925 al weer 46.000 stuks. Een belangrijke rol was nog steeds weggelegd voor bedrijfsauto's terwijl ook spoorwegmaterieel en tanks werden gebouwd, naast scheepvaart, locomotief en vliegtuigmotoren.

Matchbox heeft de Renault's modellen Y2-2, Y25-1 en de Y44-1 in de collectie, die dateren uit het jaartal 1910 en 1911. Daarom is niet de hele geschiedenis van Renault tot heden behandeld. U begrijpt dat je dan op een compleet boekwerk uitkomt. Toch hoop ik dat U iets meer te weten bent gekomen over de begin jaren van Renault.

Bert Goes

logo nyc