Home NYC site - Brandweersite---------------- click for English intro page

De geschiedenis van Leyland - Groot-Brittanniė
1920 tot heden

 

Leyland

De naam Leyland was op een of andere manier met van beroemde autofirma's verbonden. Leyland was de naam van een plaatsje in Lancashire waar de familie Summer rond de eeuwwisseIing een smidse dreef en met stoomvoertuigen experimenteerde. De Summers stapten over op de productie van vrachtwagens en in 1907 werd Leyland Motors Ltd. opgericht. Henry Spurrier, een van de financiers van Leyland, gaf opdracht een luxueuze auto te bouwen en in 1920 werd op de Motor Show in London de Leyland Eight met 7,3 liter achtcilinder-motor gepresenteerd. De filosofie achter het model was eenvoudig: Leyland moest s'werelds beste auto bouwen waarbij geld geen rol speelde. Geen gezonde beslissing zoals al gauw bleek want in 1923 werd een verlies van 1 miljoen pond geboekt; reden waarom de Eight nadat er 18 van gebouwd waren uit productie werd genomen. Een nieuwe directie stelde orde op za' ken en dankzij de verkoop van bussen en vrachtauto's kwam Leyland er weer bovenop. Donald Stokes, die in 1930 zijn leertijd bij Leyland begon, zette na de Tweede Wereldoorlog een succesvolle exportcampagne op poten. hetgeen het bedrijf vanaf 1954 een winst van 1 miljoen pond opleverde. Met een bloeiende bedrijfsauto-afdeling als rugdekking werd voor het eerst weer over personenauto's gedacht. In 1961 werd Standard Triumph overgenomen, in 1962 gevolgd door A.C.V. (eigenaar van vrachtwagenfirma's A.E.C., Thornycroft, Maudslay en Crossley) en Rover in 1967. Stokes werd in 1962 tot president-directeur benoemd. in diezelfde periode werd ook de British Motor Corporation gevormd, bestaande uit Austin, Morris, M.G., Riley en Wolseley. In 1966 nam B.M.C. bovendien Jaguar, Daimler en Coventry-Climax over waarna de British Motor Holdings Ltd. ontstonden. Begin 1986 fuseerden Leyland en British Motor Holdings tot de British Leyland Motor Corporation waarbij de leiding in handen was van Stokes in een gecombineerde directie van de samenstellende concerns. Begin jaren zeventig had de onderneming met grote moeilijkheden te kampen vanwege de stijgende olieprijzen, problemen met de vakbonden en op de werkvloer, een overschot aan productiemiddelen en dalende verkopen.

Leyland Leyland

Een regeringscommissie bracht een rapport uit (The Ryder Report) waarin werd geconcludeerd dat het concern niet zou kunnen overleven zonder een fikse kapitaalinjectie. B.M.C. werd gereorganiseerd en kwam daaruit in 1975 als British Leyland Ltd. tevoorschijn. Ogenschijnlijk ging het daarbij om een open n.v., waarvan de regering echter 95,1% van de aandelen bezat. Nieuwe modellen verschenen en oude namen als Wolseley, Riley en Triumph verdwenen. Het concern was vanwege zijn omvang vrijwel niet te besturen en bleef met problemen kampen. In 1978 werd president-directeur Alex Park vervangen door Michael Edwardes die vier jaar nodig had om orde op zaken te stellen. Hij trad af in 1983 en het concern werd opgesplitst in de Austin Rover Group Ltd., de Land Rover Group, Leyland Vehicles Ltd. en Jaguar Cars. De merknaam Leyland werd na de oorlog niet meer op personenwagens gebruikt. L, produceerde uitsluitend nog bedrijfswagens. Het is deze tak van het bedrijf die in 1988 door DAF werd overgenomen en in 1993 vanwege de recessie in Groot-Brittannič deels de problemen bij de Eindhovense vrachtwagenfabrikant veroorzaakte.

Bert Goes