De geschiedenis van Ford VS | 1900 - 1947

Veel verzamelaars van de modellen van matchbox zal het opgevallen zijn dat zeer veel de Ford, vooral het "T"type in hun verzameling voorkomt hetzij in verschillende uitvoeringen. Iedereen weet dat Henry Ford de geestelijke vader achter het succes van de vele modellen is. Een bekende uitspraak van hem was "You can paint it any color, so long as it's black" letterlijk vertaald, je mag ze in alle kleuren schilderen als het maar zwart is. Ik neem U mee in de geschiedenis van Ford vanaf 1900 tot 1947.

Henry Ford, die tot een van de grootste industriëlen van de twintigste eeuw zou uitgroeien, voltooide zijn eerste auto in 1896. Een tweede exemplaar verscheen in 1899 en maakte zodanige indruk op zijn financiers dat ze de Detroit Automobile Compagny oprichtten. Al gauw bleek echter dat de auto's vrijwel niet te verkopen waren en bovendien weken Henry's ideeën te sterk af van die van de aandeelhouders; redenen waarom hij besloot ontslag te nemen en zich in de autosport toe te leggen.

In oktober 1901 won zijn nieuwe 20 pk-racewagen een 16-kilometerrace op de baan van Grosse Point bij Detroit met een gemiddelde van 70 km/u. Dankzij de gunstige publiciteit die daarvan het gevolg was kreeg hij voldoende financiële steun om in november 1901 de Henry Ford Compagnie op te richten. Ford bleef echter in de autoracerij geïnteresseerd hetgeen opnieuw tot wrijving leidde. Daarom verliet hij het bedrijf al na drie maanden met een afkoopsom van $900 en de belofte dat hij het bedrijf van naam zou veranderen. De belofte werd nagekomen en voortaan ging het bedrijf als Cadillac door het leven.........

In 1902 bouwde Ford samen met Tom Cooper twee imposante 80 pk sterke racewagens; 'Arrow' en '999' genaamd. Ze namen Barney Oldfield als rijder aan. De auto's waren vrijwel onhandelbaar maar toch wist Oldfield met '999' de Manufacturer's Challenge Cub te winnen door een afstand van acht kilometer in 5 minuten en 28 seconden af te leggen. Henry Ford was inmiddels een bekend man en in een veel betere positie om een bedrijf op te richten waar hij zijn eigen ideeën kon verwezenlijken. In juni 1903 kon dat dan ook de Ford Motor Compagnie worden opgericht waarna Henry zich toelegde op de ontwikkeling van een goedkope volksauto. De eerste auto van het nieuwe bedrijf was de lichtgewicht Model A van 1903 met 8 pk-motor die een top van 45 km/u haalde.

Het bedrijf maakte van meet af aan winst (in de eerste drie en een halve maand zelfs $ 36.957) terwijl er dat eerste jaar al 1.708 auto's werden verkocht. In 1904 bood Ford de B, C en F modellen aan en de verkoop steeg tot 8.729 stuks. In 1906 verscheen de Model N, die een uitstekende, laaggeprijsde auto bleek te zijn. Er volgden al gauw meer nieuwe modellen, zoals de R en S die als duurdere versies van de N waren te beschouwen, en de zescilinder K die de B verving. De grote K, waarvan vooral Fords partner Alexander Malcolmson een voorvechter was, verkocht slecht en de productie ervan werd gestaakt. Het zou daarna tot 1941 duren voordat Ford opnieuw een zescilinder zou aanbieden. De verkoop voor 1906 kwam desalniettemin op 14.887 auto's uit. Ford bezat, nadat hij verschillende aandeelhouders had uitgekocht, 58,5% van het bedrijf dat zijn naam droeg.

Een van de belangrijkste gebeurtenissen in de autohistorie vond op 1 oktober 1908 plaats, toen Henry Ford zijn Model T lanceerde. De basis voor het succes van Henry Ford en zijn Model T was de invoering van serieproduktiemethoden vanaf 1914 en het gebruik van uitwisselbare precisieonderdelen in een periode waarin de meeste auto's nog steeds met de hand werden vervaardigd. Fords Highland Park fabrieken in Detroit waren in die tijd de grootste en modernste ter wereld. Het bedrijf plukte al gauw de vruchten van de doelmatige productie en de lage kosten per eenheid met als gevolg dat de verkoopprijs van de Model T verlaagd kon worden. In 1911 kostte een Touring model $ 950 maar in 1925 bedroeg de prijs nog slechts $ 290 en toch werd per auto gemiddeld een winst geboekt van $ 50. In 1923-24 werd dan ook een totale winst van honderd miljoen dollar gerealiseerd.
Naast de klanten wist Henry Ford ook zijn werknemers handig te bespelen en in 1914 voerde hij de gevierde achturige werkdag en een dagloon van $ 5 in. In deze periode werd Henry Ford's-werelds bekendste en meest bewonderde autofabrikant. Vanaf 1926 trad er een sterke daling op in de verkoop van de Model T ondanks detail verbeteringen en andere carrosserie kleuren dan uitsluitend zwart die voor het eerst in tien jaar tijd werden ingevoerd. Een steeds minder geliefde voorziening van de Model T was de verouderde planetaire transmissie waarbij een pedaal moest worden ingedrukt voor het inschakelen van de laagste versnelling en de achteruitversnelling. En naarmate het Amerikaanse wegennet beter werd, gaven de klanten ook steeds vaker de voorkeur aan comfort boven eenvoudige constructie en degelijkheid. In het begin wenste Henry Ford, die eerst zo goed leek aan te voelen wat automobilisten wensten, niet in te zien dat de tijden veranderden. Maar ook hij kon de dalende verkoopcijfers niet negeren en tenslotte werd in mei 1927 de productie van de T-Ford stopgezet. De herinrichting van de fabrieken voor een nieuwe auto was een enorme opgave die enkele maanden in beslag nam waardoor de geruchten over de opvolger van de T-Ford sterk toenamen. Maar pas in december 1927 werd de geheel nieuwe Model A, met viercilindermotor, aan het enthousiaste koperspubliek gepresenteerd. Het chassis, dat op dat van de T-Ford leek, was voorzien van een drieversnellingsbak en vierwielremmen. De vormgeving van de A-Ford, waarvoor Henry's zoon Edsel Ford verantwoordelijk was, leek op die van de Lincoln van dat moment (Ford had in 1922 Lincoln overgenomen). De Model A bleek bijzonder populair en in januari 1929 werden er in diverse fabrieken overal ter wereld per maand 159.786 stuks van gebouwd. Ford had de juiste koers weer gevonden.

Maart 1932 was opnieuw een belangrijke maand in de Fordhistorie want toen introduceerde Ford, midden in de economische crisis, de eerste laaggeprijsde auto met V8-motor. Ford had opnieuw goed gegokt en de V8-zijklepmotor bleef tot 1953 Fords belangrijkste automotor. In de jaren 1932-33 bleef ook de viercilinder nog leverbaar terwijl er in 1937 ook een kleinere zescilinder zijklepper werd vervangen. In de jaren dertig moest Ford de eerste plaats op de verkoopranglijst aan Chevrolet afstaan; enerzijds doordat Henry Ford vasthield aan zulke verouderde technische details als dwarsgeplaatste bladveren aan voor en achteras en mechanische remmen en anderzijds omdat hij potentiële klanten van zich vervreemdde door zijn bewondering voor Hitler en door, soms met geweld, te verhinderen dat zijn werknemers zich bij een vakbond aansloten. Het voortijdig overlijden op vijftigjarige leeftijd van Edsel Ford op 26 mei 1943 was bijzonder tragisch. Edsel was zeer geliefd en gewaardeerd en werkte met enorme inzet voor de Ford Motor Compagny hetgeen ten koste van zijn gezondheid ging. Hij had grote invloed op de Lincoln-devisie en de vormgeving van de Model A en de V8-Ford's; terreinen waar zijn vader weinig persoonlijke interesse toonde. Hoewel hij altijd in de schaduw van zijn vader stond, beschikte hij over kwaliteiten die Henry miste, zoals goede smaak en een vooruitziende blik. Henry Ford, die inmiddels tachtig was en zich steeds excentrieker gedroeg, werd opnieuw tot directeur benoemd terwijl er zich onder hem een machtsstrijd tussen Charles Sorensen en Harry Bennett afspeelde. Bennett, die naar schijnt ook contacten met diverse onderwereldfiguren had, overtuigde Ford ervan dat Sorensen Ford als directeur wenste op te volgen en dat hij daarom ontslagen diende te worden.
Sorensen vertrok naar Willys Overland waar hij directeur werd. Henry Ford werd uiteindelijk door zijn familie overgehaald om in september 1945 zijn plaats aan Henry Ford II (de oudste van Edsel's drie zonen) af te staan. Nu Henry niet langer de scepter zwaaide, had Harry Bennet geen beschermer meer en hij werd dan ook dezelfde maand ontslagen.
Henry Ford overleed op 7 April 1947
Bert Goes
