Home NYC site - Brandweersite---------------- click for English intro page

De geschiedenis van Bugatti (Duitland,1909-1918)
( Frankrijk ,1918-1956) ( Italie ,1988 tot heden).

 

Ettore Bugatti werd in 1881 in Milaan geboren en gaf al op relatief jonge leeftijd blijk van een opvallende affiniteit met auto's. Zo racete hij waarschijnlijk al op 18-jarige leeftijd met een zelf ontworpen tweemotorige driewieler terwijl hij twee jaar later zijn eerste eigen auto met een viercilindermotor ontwierp en bouwde. Hij werkte voor verschillende firma's, waaronder Deutz in Keulen, als constructeur. Terwijl hij daar in dienst was, ontwierp hij in zijn kelder een kleine auto met een 1208 cc metende viercilindermotor en cardanaandrijving die de basis zou vormen voor de auto's die hij na 1910 zou gaan bouwen nadat hij zijn ontslag bij Deutz had genomen. In 1910 zouden er in zijn werkplaatsen in Molsheim in de Elzas vijf Bugatti's met een motor van 1327cc (type13) worden gebouwd. In het jaar daarna waren het er al 75. In 1911 bouwde Bugatti een kleinere auto, nu met een motor van 855cc. Het ontwerp en de productie ervan werden door Peugeot overgenomen en het model werd "Bebe" genoemd. Peugeot bouwde er niet minder dan 3095 exemplaren van. Bugatti"s zakenpartner, Ernst Friderich, gebruikte in 1911 voor het eerst een Bugatti in de Grant Prix van Frankrijk en won daarmee zijn klasse. In 1913 bouwde Bugatti een auto met een vijflitermotor met drie kleppen (twee inlaat en een uitlaat) per cilinder. Van dit type zouden er slechts zeven bebouwd worden, maar zij baan de weg voor Bugatti Type 30 en Type 37, waarvan de motoren ook met drie kleppen per cilinder waren uitgevoerd en die in de loop van de jaren twintig verschenen. De kleinere Type 13 werd tot het begin van de Eerste Wereldoorlog doorgebouwd. Tot 1918 was de Elzas, waar de Bugatti-fabriek lag, een Duitse provincie die echter na de capitulatie van Duitsland bij Frankrijk werd ingelijfd. De Type 35, die later uit zou komen, en waarmee Bugatti's fabriekscoureurs Grand Prix wisten te winnen te winnen, was ook voor amateur-coureurs leverbaar. Mede hierdoor was de Bugatti Type 35 tussen de twee wereldoorlogen de meest succesvolle raceauto met ondermeer twaalf Grand Prixoverwinningen in 1926. De Bugatti-fabrieken moesten in verband met de oorlog weer overstappen op de productie van oorlogsmaterieel. Bugatti verhuisde naar Bordeaux en werkte aan verschillende projecten. Van het einde van de Tweede Wereldoorlog tot aan zijn dood in 1947 werkte Ettore Bugatti samen met zijn zoon Roland aan de Type 73; een sportmodel met een 1,5 liter viercilindermotor, waarvan enkele exemplaren werden gebouwd. In 1951 ging in Molsheim onder leiding van Pierre Marco een gemoderniseerde versie van de Type 57 in productie, maar ook van dit model wist men slechts een twintigtal exemplaren aan de man te brengen. Verdere pogingen om de Bugatti-naam nieuw leven in te blazen mislukten en de firma werd in 1963 door Hispano-Suiza overgenomen, en deze onderneming werd door S.N.E.C.M.A. opgeslokt. In de productiehallen in Molsheim werden voortaan vliegtuigonderdelen vervaardigd. Uit vrees dat de Bugatti-naam tot designerlabel (voor kleding, parfums en sierraden) zou devalueren nam een groep Europese zakenlui onder leiding van Romano Artioli, ondermeer Italiaans Suzuki-importeur, in 1987 de rechten op de Bugatti-naam over. Pas naderhand, zo wordt gezegd, kwam men op het idee om de merknaam nieuw leven in te blazen door de bouw van exclusieve supersportwagens.

Bert Goes