De geschiedenis van Bentley Groot-Brittannië
1921 tot heden

Walter Owen Bentley startte zijn carrière als leerling-monteur bij de spoorwegen maar ontwikkelde zich via motorfietscoureur tot dealer voor Londen van het Franse automerk D.F.P. Het succes dat hij boekte met modificaties voor de auto's van D.F.P. bracht hem in 1919 op het idee om een eigen auto te ontwerpen. In 1921 werd de viercilinder drieliter Bentley in productie genomen. In de navolgende tien jaar stond de naam Bentley voor dure en snelle auto´s, de viercilinder 4,5 litre en de ervan afgeleide versies met mechanische compressor zetten in 1927 deze sportieve lijn voort terwijl de 6,5 litre zescilinder van 1925 en zijn opvolger met 8.0 litre zescilinder uit 1930 als gewone gebruiksauto´s waren ontworpen. Alleen het òpvallend onopvallende viercilinder model van 1930 slaagde er niet in het Bentley imago te versterken. Bentley behaalde talloze successen in races en bij recordpogingen waarvan de meest bekende de vijf overwinningen op Le Mans waren. De auto´s werden echter slechts in kleine aantallen gebouwd en de kosten van het raceprogramma waren bijzonder hoog. Grote verliezen in 1924 werden in 1925 gevolgd door een faillissement en een reorganisatie van het bedrijf en alleen dankzij tussenkomst van de miljonairsportman en Bentley coureur Woolf Barnato wist het bedrijf te overleven. De economische recessie die na de Beurskrach op Wallstreet in 1929 volgde, had grote invloed op de Bentley verkoopcijfers, met als gevolg dat het bedrijf failliet ging en door Rolls Royce werd overgenomen. De daarop volgende nieuwe Bentley, gebouwd in de Rolls Royce fabriek in Derby in plaats van in de Bentley's Cricklewood-fabriek in Londen, was de 3,5 Litre van 1933.

Deze 'Silent Sports Car' onderscheidde zich volkomen van de imposant gespierde Bentley's die daarvoor waren gebouwd. Ze beschikten over een opgevoerde versie van de Rolls-Royce's 20/25 motor in een nieuw ontworpen ladderchassis. Toen de 20/25 in 1936 werd opgevolgd door de 25/30 Bentley werd de krachtbron opgeboord tot 4,5 liter. Toen de Tweede Wereldoorlog een einde maakte aan de productie van personenauto's had Bentley een nieuw type, Mark V genaamd, op de markt gebracht. Van dit model werd slechts een beperkt aantal exemplaren gebouwd. Evenals Rolls-Royce had Bentley voor 1946 altijd uitsluitend afzonderlijke chassis aangeboden terwijl de keuze van de carrosserievorm aan de klant werd overgelaten. Door zorgvuldige rationalisering voor het naoorlogse programma ontstond de Mark VI. Deze werd op de markt gebracht met een zgn. 'Standard Steel' sedan-carrosserie die door Pressed Steel werd vervaardigd. De naoorlogse Bentley's, die nu in Crewe werden gebouwd, waren eigenlijk niet meer dan in kleine details gewijzigde R.R.-typen, die overigens in veel kleinere aantallen werden geproduceerd dan hun R.R.-evenbeelden. Toch werden kleine verschillen tussen de modellen van beide merken gehandhaafd. Zo leverde Bentley nooit een grote limousine en er was nooit een R.R.-equivalent van de schitterende R-type Continental van 1952. Na 1982 werd de naam Bentley in beperkte mate nieuw leven ingeblazen als zelfstandig merk met nieuwe modellen waarvan geen R.R.-equivalent bestond. Daarmee keerde de firma in feite terug naar de oude waarden uit de jaren '20 en '30.
Bert Goes
